|
|
|
|
|
(Verkort) door Rafael Oliana jr Document als onderdeel van activiteiten in de Derde Kamer cluster Democratie en Goed bestuur
segment burgerparticipatie Nederlands Comité voor Duurzame Ontwikkeling (NCDO) 2003 Datum bijgewerkt:
9 september 2003
Dit
document bevat als ondersteuning vele passages uit het rapport van de Centrale
Bank van de Nederlandse Antillen.
Een
beeld van een incognito fragment van het koninkrijk der Nederlanden 1.
Vijftig jaar Statuut,
vijftig jaar verergerde situatie op de Nederlandse Antillen?
2.
De structuur is
niet langer werkbaar 3.
Het probleem van de constitutionele
structuur van het Koninkrijk 4.
Nadelen van bestaande structuur: 5.
Ontwikkeling van de
schulden problematiek 6.
Stijgende
rentelasten hindert sociaal beleid en armoedebestrijding 7.
Dreigende
vertrouwenscrisis Een
beeld van een incognito fragment van het koninkrijk der Nederlanden Waar komt de
steeds kritisch wordende situatie voor de Nederlandse Antillen vandaan? Waarom
lukt het de partners in het koninkrijk, na vijftig jaar statuut, nog steeds niet
een degelijk bestaan te ontwikkelen voor zowel de financieel/ economische
situatie alsmede de daaruit vloeiende gevolgen. Als gevolg hiervan, wordt het
functioneren van een goed bestuur en democratie verhinderd. Door middel van dit
document, wil ik als lid van de Derde kamer 2003, een schets geven van, alsmede
de aandacht trekken aangaande deze situatie. 1.
Vijftig jaar Statuut, vijftig jaar
verergerde financieel/economische situatie op de Nederlandse
Antillen?
(terug)
De Antillen
hoort bij het koninkrijk der Nederlanden. Net zo exotisch en mooi, gelijktijdig
problematisch en in zichzelf verward. Een fictief land wiens structuur al
lang niet meer aan haar ontwikkeling en positie in de wereld voldoet. Belemmerd
door deze structuur, alsook door de perceptie en miskenning van deze situatie,
wankelt in de ogen van eigen partners binnen het koninkrijk, de Antillen van de
ene naar de andere crisis. Dit alles met
elk nog een additionele lastenpost op haar bijna kapotte rug. 2.
De structuur
is niet langer werkbaar
(terug) Het statuut
stelt, dat de Antillen gevormd wordt uit de eilanden Curaçao, Bonaire, St.
Maarten, St. Eustatius en Saba. Samen
tellen de eilanden c.a. 177.000
inwoners in de volgende verdeling:
Deelname van de
Curaçaose economie aan de Antillen is buiten alle proporties. Curaçao heeft
een groeiende economie, echter niet voldoende om in de huidige structuur op een
zelfopbouwende manier mee te doen. Tevens staat de huidige structuur ook de
groei van alle resterende eilanden in de weg door een te duur bestuursmodel. De eilanden
worden als het land Nederlandse Antillen geregeerd door de Centrale
overheid van de Nederlandse Antillen. Deze Centrale overheid voert een beleid
om elk van deze eilanden te kunnen voorzien van: een juridische
apparaat; een politiekorps; brandweerkorps; ziekenhuis; douane; onderwijs apparaat; orgaan voor verkeer en vervoer; orgaan
keuringsdienst en waren/ijkwezen; etc etc etc. Op hun
beurt dit nogmaals bij alle bestuurscolleges van de eilanden. De
Centrale overheid vormt een dure overhead in de kosten.
3.
Het
probleem van de constitutionele structuur
van het Koninkrijk der Nederlanden. (terug) Het probleem van de
constitutionele structuur van het Koninkrijk der Nederlanden waarin de
Nederlandse Antillen als land is georganiseerd, betreft een volledige uitvoering
van de aanpassingsprogramma’s. De volledige aanwending van het economisch
potentieel is hierdoor vertraagd en soms gecompliceerder gemaakt. Het Koninkrijk
heeft tussen de landen een onderlinge afhankelijkheid gecreëerd die niet
voldoende aandacht heeft gekregen in het nationale beleid.
Het feit dat de sociale wetgeving (op de Nederlandse Antillen), een kopie
omvat van een veelal verouderde Nederlandse wetgeving hebben bijgedragen aan
overregulering en verstarring. Dit verklaard dat aanpassingen in de arbeidsmarkt
op zijn best suboptimaal zijn. Zolang
hiermee geen rekening wordt gehouden in de beleidsformulering, zullen de
aanpassingsinspanningen onnodig gecompliceerd en weinig effectief blijven. Tegelijkertijd wordt op de Nederlandse Antillen
druk uitgeoefend om haar financiële verplichtingen, in het kader van onder meer
de Kustwacht en het Solidariteitsfonds, na te komen, waarbij maar weinig
rekening wordt gehouden met de huidige begrotingsproblematiek en de beschikbare
technische capaciteit. “Nederland
beschouwt het probleem van de kustwacht een Antilliaanse verantwoordelijkheid” Het
is net als een arme soldaat tegen een rijke guerrilla moet strijden. Men
mag verwachten dat Nederland, als een partner binnen het Koninkrijk, zal
bijdragen aan het creëren van de condities voor het realiseren van meer financiële
onafhankelijkheid. De Koninkrijksbelevenis is namelijk niet alleen “staande op
eigen kracht” maar ook “de wil elkander bij te staan,” zoals treffend op
het Autonomiemonument staat geschreven. 4.
Nadelen van bestaande structuur: Commissie van wijlen jhr. mr. Emile van Lennep stelde
een schuldquote 65% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Nu, zeven jaar
later, is deze meer dan 90%. … De schuld en rentelasten in de Nederlandse Antillen
kunnen niet meer zelfstandig binnen een redelijke termijn tot een houdbare
omvang worden teruggebracht. Als er niets wordt gedaan, stevenen de Antillen af
op een diepe financiële crisis Bron: Centrale bank
van de Nederlandse Antillen 5.
Ontwikkeling van het schuldenproblematiek De
schuldenproblematiek is onlosmakelijk verbonden met de situatie van
overheidsfinanciën. De economie van de Nederlandse Antillen heeft verschillende
negatieve schokken doorgemaakt. 1.
De afschaffing van de bronbelasting in de
Verenigde Staten in de jaren tachtig, met als gevolg het uiteenvallen van
verscheidene, zeer winstgevende financiële diensten in de Nederlandse Antillen.
Een belangrijke bron van belastinginkomsten droogde daarmee simpelweg op. 2.
De wereld-oliecrisis waar Venezuela zich
genoodzaakt zag haar nationale munt, de Bolivar, te devalueren en met als gevolg
een einde aan het bloeiende Venezolaanse kooptoerisme, met name op Curaçao. 3.
Shell heeft de raffinaderij op Curaçao vaarwel
gezegd welke een belangrijke peiler van de Curaçaose economie was gedurende
bijna 75 jaar. De ontwikkelingshulp is ook een bron van
macro-economische onevenwichtigheden geworden in plaats dat ze bijdragen aan de
realisatie van ontwikkeling. Omdat
ontwikkelingsleningen in Euro luiden kan
een rente van 2,5% kan niet meer concessioneel worden genoemd. Er wordt geschat
dat bij een ongewijzigde situatie in 2010 een schuldenlast van € 10 miljard
zal zijn bereikt voor het eiland Curaçao. Thans wordt elk kind dat geboren
wordt geconfronteerd met een schuld van c.a. Naf 23.000 (c.a. € 11.000). Een nadere analyse van de ontwikkeling in de
omvang en samenstelling van de schuld gedurende de periode 1980-2002, levert de
volgende feiten op: a) De omvang van schuld steeg van NAf 0,7 miljard tot
NAf 3,8 miljard oftewel van 40% tot 81% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). … c) Het rentedragende component steeg van 70% tot
88% en het renteloze component daalde van 30% tot 12%. d) De rentelasten als percentage van de
belastinginkomsten, stegen van 5% in 1986 tot 25% in 2003 en als percentage
van de totale uitgaven van 4% tot 17%. e) Het aandeel van schuldpapier nam toe van 20% tot
45%. f) Het aandeel van de lange schuld (langer dan een
jaar) steeg van 60% tot 80% en het aandeel van de korte schuld (tot en
met een jaar) daalde van 40% tot 20%. g) Het Land en het eilandgebied Curaçao nemen samen gemiddeld 95% van de
ongeconsolideerde binnenlandse schuld voor haar rekening. Hierbij is het aandeel
van het Land gedaald van 50% tot 40% en het aandeel van Curaçao gestegen van
45% tot 55%. Het aandeel
van overige eilandgebieden bedraagt gemiddeld 5%. Hieruit blijkt een
onevenredige positie van Curaçao in het Antilliaanse bestel. Aan het einde van 2003 wordt een schuldquote
van 95% van het BBP verwacht. Dit is zeer hoog in vergelijking met
internationaal gehanteerde normen. Voor “lage inkomens landen” wordt een
schuldquote van 35 – 40% gehanteerd Binnen landen die deel uitmaken van de
Europese Monetaire Unie wordt een schuldquote van 60% gekwalificeerd als
houdbaar. Aangezien het ontwikkelingsniveau van de
Nederlandse Antillen hier tussenin ligt, zou een schuldquote van 40 – 50% van
het BBP als houdbaar kunnen worden beschouwd. Dit komt neer op een halvering van de huidige
schuldquote. Bij ongewijzigd
beleid lopen de begrotingstekorten en de schuld volledig uit de hand. De totale schuld zal in dat geval oplopen tot bijna
NAf 10 miljard in 2010, wat overeenkomt met een schuldquote van ongeveer 250%
van het BBP. De
Nederlandse Antillen stevent af op een financiële afgrond. 6.
Stijgende
rentelasten hindert sociaal beleid en armoedebestrijding De stijgende begrotingstekorten resulteren in een
sterk oplopende schuldpositie, deze doet de rentelasten sterk toenemen. Hierdoor
ontstaat steeds minder ruimte voor een adequate uitvoering van het
overheidsbeleid op gebieden zoals bevordering van de economische groei,
onderwijs, criminaliteitsbestrijding, armoedebestrijding en onderhoud en
verbetering van de infrastructuur. 7.
Dreigende
vertrouwencrisis
(terug)
Dit zal een ernstige vertrouwenscrisis veroorzaken
die resulteert in een diepe recessie, kapitaalvlucht, destabilisatie van de
Antilliaanse gulden en hoge inflatie. Ongewijzigd beleid, zonder nieuwe
ombuigingen van de overheidsuitgaven, is daarom een heilloze weg. Bij de keuze
van een oplossing of combinatie van oplossingen, is de mate waarin de nadelen
kunnen worden geminimaliseerd een belangrijk criterium. Enkele
oplossingen: ·
Herfinanciering
van leningen, ·
Eliminering
van de rente, ·
Hernieuwde
benadering van Nederland voor additionele steun, ·
Eliminering
van het wisselkoersrisico op de huidige MJP-schuld door omzetting in Amerikaanse
dollars of Antilliaanse guldens, ·
Kwijtschelding
van de MJP schuld, ·
Verlichting
van de rentelasten. Alleen duurzame economische groei draagt bij aan de
zo noodzakelijke creatie van meer werkgelegenheid en een verbetering van het
leven van de Antilliaanse bevolking. Slechts de integrale uitvoering van een
totaalpakket, (dus met de medewerking van Nederland) biedt uitzicht op een
structurele oplossing van de financieel-economische problematiek. Het thans
vijftig jaar oude statuut was bedoeld om de eilanden van de Nederlandse Antillen
aan te zetten tot steeds meer autonomie. De ervaring leert dat men door de jaren
geen rekening heeft gehouden met de planning van deze gedachte. Als resultaat de
logische gevolgen van een niet langer werkbare structuur dat de eilanden juist
in schulden dompelt. Zonder
tussenkomst van een herziening en aanpassing in de huidige structuur zoals
afgesproken in het statuut, nadert er een uitzichtloze en onvermijdbaar
faillissement, welke gepaard zullen gaan met de daarbij horende ongekende
gevolgen in het koninkrijk. De massale exodus vanuit de Nederlandse Antillen
eind jaren negentig is hier slechts een voorproefje van. Het aanpassen
van verouderde wetgeving. Herinvestering opbrengsten uit de Curaçaose economie
in de voorziening van eigen behoeftes. Het samenwerken en vooral MET de eilanden
op individuele basis, aan een op maat uitvoerbaar ontwikkelingstraject. Voorop
staan de zaken als financieel, sociaal-maatschappelijk, onderwijs, industrieel
en toeristisch gebied. De mogelijkheden om kwijtschelding en renteloos stelling
van aangemerkte schuldenposten door de Centrale Bank van de Nederlandse
Antillen. Verkenning en actueel houden van kennis en achtergronden van elkaar
’s cultuur, gemeenschappelijkheden en krachten. Werken aan een
meer zinvoller partnerschap in plaats van de thans autochtoon/ allochtone sfeer.
Wij zijn partners in het koninkrijk en zolang het niet anders is, zouden wij met
elkaar en voor elkaar moeten werken met wederzijds respect. De huidige manier
van werken biedt GEEN perspectief, niet voor de Nederlandse Antillen en ook niet
voor Nederland. |
|
|
Aruba en de Nederlandse Antillen vanuit een raam met een plezante panorama
Rafy Oliana jr. uw gastheer, een yiu di Korsow (Curaçaoënaar)
teller
1703
|